01. UITDAGINGEN OMARMEN

- interview met Annet Kil en Ria Rigter

Door de coronacrisis staat kansenongelijkheid weer volop in de belangstelling. Ook de discussie over instroom en behoud van leraren gaat onverminderd door. Annet Kil, CvB-voorzitter van de Gooise Scholenfederatie, en haar senior-adviseur Ria Rigter blikken terug op een turbulente, maar ook inspirerende periode en vertellen hoe zij aankijken tegen twee van de grootste uitdagingen in het onderwijs.

CvB-voorzitter Annet Kil herinnert zich de beruchte zondag in maart 2020 nog als de dag van gisteren: de premier kondigde aan dat de schoolgebouwen dicht moesten. Kil: ‘Af en toe blader ik terug in mijn dagboek en denk ik: jemig, wat was het in het begin heftig. Die schrik van de eerste besmettingen, de totale omslag die we moesten maken.’

‘Uitdagend was vooral het vele schakelen – wel op school les of niet. Een onrustige tijd,’ zegt Ria Rigter, senior-adviseur ontwikkelen en kwaliteit. Maar niet alles was negatief. Rigter: ‘De bereidwilligheid om elkaar te helpen was enorm.’

Kil: ‘We hebben als organisatie in een korte tijd ontzettend veel geleerd. Als de aanleiding niet zo beroerd was, zouden we dit een interessante en spannende periode vinden, heb ik eerder in een interview gezegd. Daar sta ik nog steeds achter.’

Ongelijkheid

Al snel bleek vorig jaar dat onderwijs op afstand voor leerlingen onevenredig uitpakte: sommigen moesten thuis ineens met broertjes en zusjes concurreren om de laptop of konden nergens in huis rustig online lessen volgen. Anderen bloeiden juist op. Kil: ‘Binnen onze scholen merkten we dat sommigen baat hadden van de situatie: zij konden zich beter concentreren en boekten meer voortuitgang. Maar veel leerlingen hebben zich ook eenzaam gevoeld: ze misten de sociale contacten van school. Onze leraren belden leerlingen geregeld op of fietsten even langs om iedereen goed in beeld te houden. Die individuele aanpak is bij ons een van de belangrijkste manieren geweest om grote onderlinge verschillen te voorkomen.’ Rigter: ‘De slagingspercentages deze zomer illustreren dit: we zitten nog op hetzelfde niveau als vóór de pandemie. De landelijke criteria zijn dit jaar weliswaar iets aangepast, maar de percentages geven naar ons idee toch een goede indruk van hoe het ervoor staat.’

Niet eenduidig

Kansenongelijkheid is een terugkerend onderwerp binnen De Gooise Scholen Federatie, een vereniging van vo-scholen in onder meer Bussum, Weesp, Huizen en Hilversum. Kil: ‘Door de coronacrisis kwamen de individuele behoeften van leerlingen scherper in beeld, maar het is lastig om te zeggen waarom de ene leerling nu meer problemen ondervond dan de ander. Typische kenmerken als sociaal-economische achtergrond zijn niet altijd doorslaggevend.’ De laatste jaren is er vanuit de overheid veel aandacht voor kansenongelijkheid en zijn diverse interventies ingezet (zie kader).

Brede brugklas

Als voorbeeld noemen Kil en Rigter de brede brugklas, waarvan de effecten de laatste jaren veelvuldig zijn onderzocht. Met de brede brugklas kunnen scholen kansenongelijkheid verkleinen door de schoolkeuze uit te stellen en leerlingen van verschillende niveaus bij elkaar te houden.

Tips voor meer gelijke kansen

Wil je meer werk maken van kansengelijkheid? Scholen en gemeenten van de Gelijke Kansen Alliantie wijzen de weg: • Bied extra onderwijs aan kinderen die moeite hebben met cognitieve, sociaal-emotionele en/of studievaardigheden. • Breng leerlingen met verschillende achtergronden met elkaar in contact en vergroot hun leefwereld met (schooloverstijgende) buurtprojecten, zoals sport- en cultuurdagen. • Versoepel overgangen met doorlopende leerlijnen (vve-po) en brede brugklassen of 10-14-scholen (po-vo). • Vergroot het gevoel van verbondenheid met school door mentor- of tutorprogramma's. • Werk (meer) samen met de gemeente en jeugdzorg om kinderen in een moeilijke thuissituatie goed te kunnen helpen.

Bron: Gelijke Kansen Alliantie, Rapportage 2020. Den Haag: OCW, 2021.

Rigter: ‘Het liefst zou ik hebben dat we nooit meer spraken over leerlingen op een “hoger” of “lager” niveau, maar over het niveau dat het best bij de talenten van de leerling past. Brede brugklassen bieden de mogelijkheid om beter zicht te krijgen op waar leerlingen goed in zijn en gelukkig van worden.’ Maar onder hoogopgeleide ouders laat de populariteit van de brede brugklas nog te wensen over. Rigter: ‘Hun voorkeur voor een categoraal vwo of gymnasium is begrijpelijk, maar het plaatst schoolorganisaties soms in een moeilijke positie: aan de ene kant verlangt de samenleving dat we iets tegen kansenongelijkheid te doen, waartoe de brede brugklas een goed middel kan zijn, aan de andere kant moeten we rekening houden met de uiteenlopende wensen van ouders en kinderen.’ Dat de druk van ouders soms groot kan zijn, blijkt uit een voorval waarmee Rigter jaren geleden te maken kreeg. ‘Met groot enthousiasme werkten we met heterogene brugklassen. Maar daar kwam zoveel verzet tegen van ouders dat we ermee gestopt zijn, totaal in strijd met de visie van de school.’

Dat roept, ook landelijk, de vraag op of ouders en hun kinderen te veel ruimte krijgen in het kiezen van een school. Die discussie over de vrije schoolkeuze is voorlopig nog niet beslecht.

Kil: ‘Uiteindelijk hebben we het hier over een maatschappelijk vraagstuk. We kunnen dit als sector niet alleen oplossen. Maar dat laat onverlet dat we er op schoolniveau zeker mee bezig zijn.’

Leraren: werving en behoud

Komen we bij de werving en het behoud van leraren. De waardering kan over de hele linie beter: meer vertrouwen, minder werkdruk en een passender loon. Maar ook: meer oog voor de leerbehoeften van leraren. Rigter: ‘De drempel om leraar te worden of om jezelf verder te ontwikkelen moet verder omlaag. De lerarenopleiding is aantrekkelijker als je er een programma kunt volgen dat nauw aansluit bij wat je kunt en nodig hebt, bijvoorbeeld vaardigheden om te kunnen lesgeven in de grote stad of juist in een dorp.’

“Het liefst zou ik hebben dat we nooit meer spraken over leerlingen op een ‘hoger’ of ‘lager’ niveau”

In het huidige landschap van lerarenopleidingen is het overzicht zoek, stelde de Inspectie van het Onderwijs in 2020: studenten kunnen kiezen uit ruim 380 leerroutes naar het leraarschap. Ook de inrichting kan beter, benadrukte het bestuursakkoord van OCW uit 2020: het zou makkelijker moeten zijn om studenten maatwerk te bieden en beter aan te sluiten bij hun specifieke leerbehoeften, ook al kan zulk flexibel aanbod veel tijd en geld kosten. Om leraren te behouden voor het vak is steun en vertrouwen vanuit het management essentieel, benadrukken Kil en Rigter. Rigter: ‘Het motto van ons bestuur is: How can I help? Zo benadrukken we dat het management een belangrijke faciliterende taak heeft: wij helpen leraren om goed onderwijs te verzorgen en gemotiveerd te blijven in hun werk.’

Kil: ‘Als bestuur formuleren we in samenspraak met alle geledingen binnen de scholen kaders, maar de teams geven zelf invulling aan hun werkwijzen en de onderwijsinhoud.’

Daarnaast organiseert de Gooise Scholen Federatie voor medewerkers schooloverstijgende netwerken voor kennisdeling en de uitwisseling van ervaringen, zoals een netwerk voor digitale innovatie en een voor kwaliteitszorg. Rigter: ‘Zulke netwerken kunnen niet alleen bijdragen aan positieve onderwijsontwikkeling, maar laten medewerkers ook weten dat ze er niet alleen voor staan.’

Kil: ‘De afgelopen tijd heeft ons nadrukkelijker dan ooit laten zien hoe belangrijk leraren zijn voor het succes van onderwijs. Daar verdienen ze onze absolute waardering en erkenning voor.’

02. EERLIJKER DOORSTROMEN

- interview met schoolleider Coen de Hoop

De schoolkeuze uitstellen en maatwerk bieden. Vanuit die principes wil schoolleider Coen de Hoop een nieuwe school opzetten voor 10- t/m 14-jarigen. ‘We gunnen onze leerlingen meer tijd.’

‘We zagen onze 11-jarige leerlingen vaak worstelen met de schoolkeuze’, zegt Coen de Hoop, schoolleider van basisschool Zonnewereld in Vleuten van de Stichting PCOU Willibrord. ‘Welke richting moesten ze op? Jaar in jaar uit zagen we het aan tot we constateerden: het is te vroeg voor ze. Deze kinderen hebben meer tijd nodig.’

In het voorjaar van 2021 publiceerde de Onderwijsraad het advies om later te selecteren en meer te differentiëren om eerlijkere kansen te bieden aan kinderen met verschillende achtergronden.

‘Onze missie sluit daarop aan.’ Samen met zijn team ging de Hoop om de tafel. ‘We overwogen verschillende opties. Een ervan was 10-14-onderwijs, waarbij leerlingen tussen de 10 en 14 jaar door een team van po- en vo-leraren in een doorlopende leerlijn begeleid worden naar de overstap naar het vo. Zouden we zoiets ook bij ons kunnen opstarten?’

Het team verzamelde informatie en begon met het afwegen van voor- en nadelen. Net als meer scholen de afgelopen jaren deden.

Flexibel keuzemoment

Om te zien hoe 10-14-onderwijs kan bijdragen aan eerlijkere kansen vroeg het ministerie van OCW in 2020 aan onderzoeks- en adviesbureau Oberon om een inventarisatie te maken van de hoofdkenmerken en succesfactoren van twaalf 10-14-scholen. Een belangrijke uitkomst: niet alle vormen van 10-14-onderwijs zijn enkel bedoeld om de schoolkeuze op te schuiven. Eerder is sprake van flexibilisering van het keuzemoment, stellen de onderzoekers. Zo zijn er ook 10-14-scholen die leerlingen juist eerder laten kennismaken met het voortgezet onderwijs.

Dat is ook de ambitie van basisschool Zonnewereld. De Hoop: ‘Sommige leerlingen willen we extra ademruimte geven, anderen willen we juist de mogelijkheid bieden om alvast onderwijs op een hoger niveau te volgen.’ Géén middenschool, benadrukt de Hoop, een constructie die in de jaren zeventig leidde tot heftige discussies. En nog altijd is de middenschool onderwerp van gesprek.

Aan de slag

Zijn team maakte in overleg met het stichtingbestuur een plan: een nieuw aanbod op basis van onderwijsbehoeften en leerniveau. ‘Met eigen lokalen en een eigen naam: het Aurelius College.’ De praktische uitvoering is nog best ingewikkeld, zegt de Hoop, maar geldt dat niet voor de meeste onderwijsvernieuwingen? ‘Gelukkig reageerde de gemeente direct heel enthousiast. Die steun heb je echt nodig. Zij hebben ons een gebouw toegewezen en stellen zich heel behulpzaam op.’

Op sommige 10-14-scholen kunnen leerlingen juist eerder kennismaken met het voortgezet onderwijs

In 2022 gaat het Aurelius College van start, volgens de principes van het Jenaplanonderwijs. Voorzichtig beginnen met één groep 9/10, begeleid door een stamgroepleider, met geleidelijke uitbreiding naar in totaal drie stamgroepen. ‘De stamgroepleider is altijd aanwezig en geeft de leerlingen zo veel mogelijk zelf les.’ Voor sommige onderdelen zullen vakdocenten van het naburige Amadeus Lyceum langskomen of online lesgeven.

Met een gepersonaliseerde aanpak hoopt de schoolleider elke leerling tegemoet te komen: van leerlingen die hulp nodig hebben bij hun cognitieve of sociaal-emotionele ontwikkeling tot kinderen die behoefte hebben aan extra uitdaging.

‘Als kinderen in groep 7/8 uitblinken in rekenen/wiskunde, kunnen we ze op het Aurelius College direct laten aansluiten bij lessen voor oudere leerlingen.’

De komende maanden wil de schoolleider de overgang vanuit het Aurelius College naar de vo-bovenbouw verder uitwerken. ‘Met middelbare scholen in de regio zullen we kijken hoe we zorgen dat de leerlingen daar op hun veertiende probleemloos kunnen instromen.’

Kijk voor meer informatie over 10-14-scholen op de website van SLO.

Deel deze pagina