01. DE TOEKOMST VAN HET BEROEPSONDERWIJS

- interview met Hans Baltjes

Beroepsopleidingen moeten studenten meer ruimte geven in hoe en wat ze leren, zegt Hans Baltjes van het Windesheim Business College. ‘Juridisch kan het, waarom doen we het dan niet?’

Bij het Windesheim Business College kunnen studenten zelf kiezen hoe, waar en met wie ze leren, staat er op de website. ‘Een mooi uitgangspunt,’ zegt Hans Baltjes, die sinds enkele jaren in opdracht van het College van Bestuur kijkt hoe dat er concreet uit kan zien. ‘We willen persoonlijk, uitdagend én flexibel onderwijs. Zo hopen we studenten het beste te kunnen voorbereiden op veranderingen op de arbeidsmarkt. Maar is dat een realistische ambitie? Die vraag staat in mijn werk centraal.’ U pleit al jaren voor ‘leerwegonafhankelijk’ leren. Wat is dat?

‘Bij leerwegonafhankelijk leren werkt een opleiding niet meer volgens een vast curriculum of programma. De studenten moeten nog steeds aan leerdoelen voldoen of vastgestelde competenties behalen. Maar ze krijgen meer ruimte om zelf te bepalen hoe ze daarvoor zorgen. Nu beslissen de opleidingen vaak nog welke opdrachten studenten moeten maken en wanneer ze die doen. Ze zeggen eigenlijk tegen studenten: “We nemen je vier jaar bij de hand en als je alles netjes doet wat we zeggen, krijg je aan het eind een diploma.”’

Bij leerwegonafhankelijk stellen studenten zelf een programma samen.

Wat is daar mis mee?

‘Voor sommige studenten werkt die aanpak uitstekend. Maar er zijn ook studenten die je beter meer ruimte kunt geven om ze gemotiveerd te houden. Vanaf de basis beginnen is niet voor iedereen nodig. Sommigen hebben al eerder cursussen gedaan en werkervaring achter de rug. Die studenten kun je beter op een andere manier benaderen. Laat ze hun opdrachten bijvoorbeeld op hun werk toespitsten. Of geef ze de gelegenheid om een leertraject rond het starten van een eigen onderneming op te zetten.

Bij Windesheim Business College kunnen studenten bij negen economische opleidingen voltijd studeren én werken, doordat we ze de ruimte geven om tijdens hun werk opdrachten te doen en andersom.

Zo was er laatst nog een eerstejaars die voor zijn werk bij een verzekeraar een dataset analyseerde en op basis daarvan toonde hij de leeruitkomsten aan. Heel leuk en leerzaam voor alle betrokkenen.’ Hoe kan een beroepsopleiding met leerwegonafhankelijk leren aan de slag?

‘Je moet er samen voor kiezen. Nu zijn docenten vaak nog sterk gehecht aan hun inhoud- en regierol. Maar wil je studenten meer ruimte geven, dan zullen docenten zich meer als facilitator moeten opstellen en meer werken vanuit de vragen van de studenten. Daardoor heb je minder zekerheid en is het lastiger om vooruit te plannen. Dat is iets wat veel docenten nog niet als denk- en gedragsrepertoire hebben omarmd. Ze hebben bepaalde opvattingen over wat hun vak behelst en wat hun studenten moeten leren. Dat loslaten is soms echt lastig.’

De vakken verdwijnen?

‘Bij de leerwegonafhankelijke aanpak van het Windesheim Business College zijn we niet bezig met vakken: we richten ons in de eerste plaats op de leeruitkomsten.

Die leeruitkomsten zouden onafhankelijk moeten zijn van de sector: of je nu bij een bank wilt werken of bij een gemeente aan de slag gaat, vaardigheden als kritisch denken of samenwerken heb je overal nodig. Maar nu maken we dat onderscheid in het beroepsonderwijs vaak nog wel. We houden erg vast aan beroepsbeschrijvingen en -contexten. Dat is vreemd, niet in de laatste plaats omdat veel van die beroepen onder spanning staan. Over tien jaar ziet de arbeidsmarkt er waarschijnlijk heel anders uit.

Organisaties houden daar rekening mee. Ze richten zich tijdens sollicitatieprocedures in toenemende mate op een bepaalde werkhouding en hechten minder aan specifieke kennis. De “content” die nieuwe medewerkers nodig hebben, maken ze zich later wel eigen, redeneren ze. Het is hoog tijd dat onderwijsinstellingen gaan kijken hoe ze daarop beter kunnen aansluiten, iets waar TNO ook op aanstuurt.

We moeten ons veel serieuzer gaan afvragen of bepaalde opleidingen nog wel dezelfde waarde hebben om een beroep goed uit te oefenen. Ik ga geen namen noemen, maar denk aan leertrajecten die weliswaar heel populair zijn, maar nauwelijks uitzicht bieden op een baan. Waarom blijven we die aanbieden?’

Ligt verschraling niet op de loer als vakkennis naar de achtergrond verdwijnt?

‘Ik denk eerder dat het omgekeerde het geval is: als opleidingen op deze manier doorgaan, neemt de afstand tussen onderwijsinstellingen en de arbeidsmarkt enkel toe.

We zijn als beroepsonderwijs te voorzichtig en luisteren slecht naar wat het bedrijfsleven, de publieke sector en de samenleving willen. Dat is niet voor niets – enige onafhankelijkheid is goed – maar nu opereren we te geïsoleerd. Meer samenwerking op regionaal, landelijk en internationaal niveau is broodnodig. Uiteindelijk is de arbeidsmarkt onze klant. Dat wordt vaak vergeten. We doen alsof we er alleen zijn voor de studenten. Maar dat is alleen onderwijsdidactisch en qua vorming het geval.’

“Uiteindelijk is de arbeidsmarkt onze klant. Dat wordt vaak vergeten”

Wat hoopt u voor de toekomst van het beroepsonderwijs?

‘We hebben een aantal blokkades te overwinnen, maar ik heb goede hoop. Als je alleen al naar de technologie kijkt, zijn we al ver: studenten kunnen goed op afstand leren en hun eigen tijd indelen.

Als onderwijsinstellingen kunnen we studenten faciliteren door ze nog meer beheerder te maken van hun eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld door het makkelijker te maken om punten “mee te nemen” naar een andere opleiding.

Ook administratief komt er beweging, ook al administreren we nu nog vaak op basis van vakken, terwijl het logischer is om de leeruitkomsten als uitgangspunt te nemen. Ook gebruiken we nog lang niet altijd de technologie die studenten in staat stelt om zélf de studiepuntenregistratie op zich nemen.

Uiteraard blijven er opleidingen waar je niet te veel flexibilisering in moet aanbrengen, zoals accountancy en verpleegkunde. Deze hebben zich te houden aan strakke beroepsregels. Hun opbouw heeft een noodzakelijk karakter. Maar mijn wens is dat overige opleidingen de beschikbare ruimte beter gaan benutten. Dat is een proces van de lange adem. Maar het is het waard.’

02. WEBINAR

Opleiden voor de toekomst

Wat is richtinggevend in de invulling van onderwijs: de toekomst van de leerlingen en studenten of nostalgische overtuigingen van de samenleving? Die vraag vormt het startpunt van een gloedvol betoog van de Canadese onderwijsadviseur en oud-wiskundedocent Cory Henwood over toekomstgericht lesgeven. Geregeld stond hij voor de klas iets uit te leggen, terwijl hij zich afvroeg: waar gaan ze dit eigenlijk voor gebruiken? Wat kan ik leerlingen en studenten nog leren als veel goede kennis al online staat? Henwood laat zien hoe onderwijs ook kan en pleit voor een creatiever en kritischer gebruik van technologie.

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

03. STUDENTEN MET VERANTWOORDELIJKHEIDSGEVOEL

Bij de HRM-opleiding van Avans Hogeschool in Breda doorlopen studenten hun volledige studie aan de hand van praktijkopdrachten. ‘Het is alsof je al een beetje werkt.’

Sophie Waelput (23) en Boy Lotterman (20) wisten het direct toen ze drie jaar geleden op de open dag van de HRM-opleiding bij Avans Hogeschool in Breda rondliepen: híer wilden ze studeren. Geen urenlange PowerPoint-presentaties van docenten, maar zelf meteen aan de slag met opdrachten van echte organisaties. Sophie: ‘Hier heb ik mijn plek gevonden. Eerst het vraagstuk samen helder krijgen en dan gericht lezen en aanpakken. Echt een dagtaak. Perfect.’ Eerder studeerde ze aan het mbo en volgde ze een hbo-opleiding in toegepaste psychologie. Boy stroomde direct in na de havo: ‘Tijdens de open dag merkte ik dat deze aanpak goed bij me zou passen: vanaf dag één serieus aan het werk.’

Docent Ineke van Kruining tussen haar afstudeerstudenten, met Sophie links vooraan en Boy links achteraan.

Omslag

Praktijkleren is onderdeel van alle beroepsopleidingen, maar bij de HRM-opleiding hebben ze dit naar een hoger plan getild: in alle leerjaren werken studenten onder begeleiding intensief aan concrete opdrachten van organisaties, zoals de evaluatie van een bestaand bijscholingsprogramma of de ontwikkeling van een nieuwe wervingscampagne.

‘In 2015 realiseerden we dat we niet langer door konden op de ingeslagen weg’, vertelt docentcoach Ineke van Kruining. ‘Bedrijven en publieke instellingen vertelden ons dat ze op zoek waren naar initiatiefrijke en leergierige mensen die niet bang waren om soms fouten te maken en verantwoordelijkheid namen voor hun werk. Maar zoals bij veel opleidingen kregen die vaardigheden bij ons weinig expliciete aandacht. Studenten “leerden” vooral goed te luisteren naar de docent.’

“Onze studenten maken zich dezelfde inhoud eigen als bij andere opleidingen, maar op een andere manier”

Student aan het roer

Samen met haar collega’s ontwikkelde ze een nieuwe aanpak op basis van de principes van High Impact Learning that Lasts van hoogleraar Filip Dochy, met als motto: student in the lead.

Van Kruining: ‘Vooral in het begin was het wennen. We moesten als docenten onze oude manier van werken loslaten en meer de regie bij de student leggen. Ik was gewend om met organisaties de opdrachten voor onze studenten van te voren uitgebreid door te spreken om helder te krijgen wat ze precies wilden, maar geleidelijk aan besefte ik dat dit juist iets was wat onze studenten zelf moesten leren. Nu zeg ik tegen studenten: baken de opdracht scherp af in overleg met de organisatie voordat je aan de slag gaat.’

Blik vooruit

Sophie en Boy zitten inmiddels in de laatste fase van hun studie. Samen leggen ze de laatste hand aan hun eindopdracht: voor de netwerkorganisatie Weconomics onderzoeken ze welke belemmeringen publieke organisaties ondervinden bij digitale innovatie en transformatie binnen HRM.

Boy: ‘Heel leuk en leerzaam. Ik zie niet alleen beter hoe de arbeidsmarkt in elkaar zit, maar ook wat ik na mijn opleiding allemaal kan doen.’

Aan alle opdrachten liggen de zes landelijk vastgestelde competenties ten grondslag. Van Kruining: ‘Onze studenten maken zich dus dezelfde inhoud eigen als bij andere opleidingen, maar op een andere manier. Groot voordeel is dat we onze studenten ook een netwerk meegeven: de meesten vinden na hun opleiding snel een baan.’

Voortdurende inzet

Aan opleidingen die een vergelijkbare omslag overwegen, heeft ze één tip: ‘Besef dat je veel vraagt van studenten: het is niet voor iedereen geschikt. Deze aanpak van praktijkleren vergt een voortdurende inzet. Studenten kunnen niet tot het laatste moment achterover leunen.’

Voor Sophie en Boy was die voorwaarde juist een uitkomst. Sophie: ‘Mensen zeggen me vaak: “Het is alsof je al een beetje werkt.” Dat klopt, en tegelijkertijd leer ik veel. Een ideale combinatie.’

“Besef dat je veel vraagt van studenten: het is niet voor iedereen geschikt”

MBA-onderwijs kan een belangrijke rol kan spelen in de transformatie naar een digitale en decentrale toekomst, stelt Paul Bessems, CEO van Weconomics, maar zich nog vaak laat leiden door oude vormen van organiseren. Lees het artikel hier.

Deel deze pagina