01. KIND IN DE KNEL

- door Anton Horeweg

Leerlingen met een trauma vragen om een speciale benadering. Ga als leraar op zoek naar het kind achter het gedrag. Vaak hebben ze niemand anders, schrijft Anton Horeweg, auteur van De traumasensitieve school.

Onderzoeken wijzen telkens uit: psychotrauma komt veel vaker voor dan lange tijd gedacht werd. Frits Boer, emeritus-hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, die het voorwoord van mijn boek De traumasensitieve school schreef, bevestigt: in elke klas zit gemiddeld één getraumatiseerd kind. Een schatting die wellicht aan de lage kant is. Helemaal als we inzien dat traumatische situaties ook in gradaties te bezien zijn. En dan is er nog de invloed van de lockdown, het sluiten van de scholen, het openen met allerlei maatregelen en de onverwachte stress die het gezinsleven in kwam sluipen.

De veilige haven is dicht

Voor veel kinderen die onveilig opgroeien, is school juist de plek waar ze hun zorgen even kunnen vergeten en gewoon kind kunnen zijn. De plek waar de wereld wél structuur heeft en waar de volwassenen wél voorspelbaar zijn. Iets wat kinderen die te maken hebben met kindermishandeling missen. Onderschat daarom niet het effect van het sluiten van de scholen. Als een kind onveilig opgroeit, is de leerkracht soms de laatste strohalm waar het kind zich aan vast kan houden. De kalme, belangstellende volwassene die het kind op de been houdt en het echt ziet. Ineens heeft het kind geen steunfiguur meer. In feite is de coronacrisis voor onveilig opgroeiende kinderen een nieuwe traumatische ervaring.

Kijken door een traumabril: de signalen

Als iemand een gebeurtenis meemaakt die zeer ingrijpend is, noemen we dat een ACE, adverse childhood experience. Daarbij kun je aan allerlei gebeurtenissen denken: van een langdurige ziekenhuisopname tot kindermishandeling. Als zo’n gebeurtenis te overweldigend is, kan het een trauma worden: een wond in de psyche. Kort gezegd kunnen kinderen problemen ontwikkelen op het gebied van zelfregulatie (emotieregulatie, impulsbeheersing), aandacht, aangaan en onderhouden van relaties, overtuigingen over zichzelf, anderen en de wereld om hen heen. Deze leerlingen vinden het moeilijker om hun aandacht bij de les te houden en vertonen vaak ‘probleemgedrag’. Ze zijn druk, ongeconcentreerd en vaak snel boos. Belonen en straffen lijken niets uit te halen.

Altijd op hun hoede

Sommige kinderen maken eenmalig een traumatische gebeurtenis mee. Zij hebben een enkelvoudig trauma of type-1-trauma. Kinderen met een complex trauma of type-2-trauma hebben te maken (gehad) met herhaaldelijk ingrijpende gebeurtenissen, vaak veroorzaakt door een ‘hechtingsfiguur’, een ouder of ander persoon die dicht bij het kind staat. Onderzoekers als Van der Kolk en Perry hebben de invloed van psychotrauma op het gedrag van kinderen en jongeren uitgebreid onderzocht.

Het brein van getraumatiseerde kinderen is letterlijk anders ontwikkeld. Het is ‘wired for danger’, extra gevoelig geworden voor gevaarlijke situaties. Hierdoor zijn ze vaak angstiger en lijken ze altijd op hun hoede. Het gedrag komt voort uit deze toestand. Ze kiezen het dus niet. Het is overlevingsgedrag en ontstaat automatisch. Daarom werkt de ‘gewone‘ manier van belonen en straffen minder goed, net zo min als schorsen of verwijderen van school. Deze manieren veronderstellen dat kinderen ‘goed’ gedrag kunnen kiezen als ze zouden willen.

Kijk achter het gedrag

De leerkracht kan het verschil maken. Veel kinderen hebben niemand anders. Kijk niet weg. Het herstel van kinderen en jongeren met psychotrauma begint vaak bij een kalme volwassene. Klinisch psycholoog en auteur Leony Coppens heeft het ook wel over ‘de leerkracht als co-regulator’. Ik denk dat dit een prima verwoording is: deze kinderen en jongeren hebben een volwassene nodig die ze kalmeert als zij ‘in staat van alarm’ zijn bij vermeend gevaar. Uit interviews die ik voor mijn boek hield met jongeren die in hun jeugd moeilijke tijden doormaakten, blijkt elke keer hetzelfde: zij wilden dat er een leraar was geweest die echt had gevraagd hoe het met ze ging. Die hen echt zag.

Deze oprechte betrokkenheid vormt het uitgangspunt van een traumasensitieve aanpak. In feite is een dergelijke aanpak goed voor alle kinderen en jongeren. Het is ook niet een geheel nieuwe aanpak of een bepaald format. Belangrijk is om te kijken achter het gedrag dat deze kinderen en jongeren soms laten zien. Een open houding van de leraar, die niet vraagt, ‘Waarom doe je dat?’, maar die oprecht belangstellend vraagt, ‘Wat gebeurde er?’ Het is een aanpak waarbij je als leraar je eerste, oordelende reactie opzij zet. Dat is hartstikke moeilijk. Een leerling die je voor van alles uitmaakt, die geen contact lijkt te willen, positief blijven benaderen: ga er maar aanstaan.

Zeg wat je doet en doe wat je zegt

Iedereen die zich de jongeren uit het tv-programma Dreamschool voor de geest kan halen, heeft een idee van welk gedrag je soms kunt zien bij getraumatiseerde leerlingen. De leraar moet voortdurend beseffen dat dit gedrag een functie heeft. Het is een normale reactie op de abnormale omstandigheden die ze hebben meegemaakt of nog meemaken. Kalm blijven en echt in gesprek gaan is een belangrijke eerste stap. Ook voorspelbaarheid bieden helpt: vertellen wat er verwacht wordt en wat er komt, kan kalmerend werken. Onduidelijkheid is per definitie onveilig voor een getraumatiseerd brein. Deze kinderen komen immers uit een situatie waarbij juist onvoorspelbaarheid zorgde voor spanning. Ze wisten nooit wanneer de ellende zou beginnen, alleen dát de ellende zou beginnen.

Zorg daarom voor voorspelbaarheid. Maak bijvoorbeeld inzichtelijk wanneer welke activiteiten plaatsvinden en wat de leerlingen dan zullen doen.

“De coronacrisis is voor onveilig opgroeiende kinderen een nieuwe traumatische ervaring”

Een kind kiest zijn gedrag niet

Het is ook goed om te beseffen dat de invloed van een trauma zich niet alleen uitstrekt tot het gedrag. Ook het leren kan erdoor gehinderd worden. De constante stress heeft invloed op onder andere het werkgeheugen en de concentratie. Bovendien hebben veel getraumatiseerde kinderen moeite met oorzaak-gevolg-denken. Het belangrijkste is dat we de heersende gedachte dat het kind ‘kiest’ voor bepaald gedrag overboord moeten gooien. Het kind kiest niet. Het brein van het kind staat in de overlevingsstand.

Daarbij houdt het geen rekening met anderen en denkt het niet logisch na. De toekomst bestaat uit de volgende 15 seconden. Het brein denkt alleen aan overleven en handelt dienovereenkomstig.

Hoe stel je grenzen?

Dat gezegd hebbende: dit is allerminst een pleidooi om elk gedrag goed te vinden. Juist getraumatiseerde kinderen en jongeren hebben iemand nodig die grenzen stelt en structuur biedt.

In de VS, Canada en Australië zijn schoolbesturen, overheden en leraren al meer dan tien jaar bezig met het opzetten van ‘trauma-informed schools’. Werken vanuit een traumasensitieve aanpak is daar heel gewoon. In ons land staat dit concept nog in de babyschoenen, niet eens kinderschoenen. Leony Coppens gaf in 2015 een aanzet met haar boek Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen. Door haar geïnspireerd wil ik er graag proberen een vervolg aan te geven.

Kijk voor de bronnen bij dit artikel op de website van Onderwijscommunity.

02. WEBINAR

Meer oog voor trauma

In scholen lopen meer getraumatiseerde kinderen rond dan vaak gedacht, vertelt Anton Horeweg in het webinar 'De traumasensitieve school'. Hoe kun je deze kinderen het beste helpen? Horeweg vertelt over de opvallendste kenmerken, legt uit hoe een trauma het leren kan beïnvloeden en geeft tips om goed met getraumatiseerde kinderen om te gaan.

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Deel deze pagina