01. TIJD VOOR EEN GRONDIGE AANPAK

- door Frank van den Ende

Onderwijsteams zijn vaak sterk gericht op de uitvoering, ook tijdens de coronacrisis. Echte vernieuwing vergt een grondigere aanpak, schrijft Frank van den Ende, docent en auteur van Hereik de school. Met de metafoor van de boom legt hij uit hoe.

Her· eik· en (werkwoord) afgeleide van herijken. Een analogie waarin de karakteristieken van een boom worden gebruikt om aan de slag te gaan met de herdefinitie van een school, van fundament tot uitvoering.

Dat het onderwijs op veel scholen niet meer past bij de huidige tijdsgeest, is iets wat al vele jaren op verschillende plekken wordt benoemd. De een fluistert het binnen zijn organisatie, de ander schreeuwt het van de daken, met verschillende onderwijsinnovaties tot gevolg. Van het implementeren van digitale systemen die het leren moeten verbeteren tot het oprichten van een geheel nieuwe school. De innovaties leken de afgelopen jaren over elkaar heen te buitelen. Niet alle innovaties bleken even succesvol. Waar zou dat aan kunnen liggen?

Mijns inziens wordt er binnen het innoveren van het onderwijs vaak een grote fout gemaakt: men richt zich te vaak op het uitvoerende aspect van het onderwijs: de bladeren. Er wordt maar al te vaak vergeten om ook het fundament mee te nemen: de wortels, stam en takken van de onderwijsboom. Afgelopen anderhalf jaar werd dit op vele scholen goed zichtbaar tijdens de coronacrisis.

Momentum

Van de een op de andere dag werd er van scholen verwacht dat zij overgingen op digitaal onderwijs. De innovatie werd afgedwongen en mensen die nooit hadden gedacht ooit een digitale les te verzorgen, belanden ineens voor de camera. Het is niet verwonderlijk dat in deze eerste maanden het resultaat nog wel eens te wensen overliet. Leraren probeerden om hetgeen wat normaal gesproken in het lokaal gebeurde, online uit te voeren. De analoge bladeren kregen een andere kleur en werden een op een digitaal gemaakt. Naast de inzet van diverse didactische tools werd er nog veelal klassikale uitleg gegeven. De leraar was aan het woord en de leerlingen moesten luisteren.

Resultaat? Ongemotiveerde leerlingen die met de dekens over hun hoofd naar het scherm staarden. De afstand tussen de leraar en leerlingen schreeuwde om een andere aanpak.

De digitaal geverfde bladeren dreigde van de analoge stam en takken van de onderwijsboom af te vallen. Als we digitaal onderwijs echt een goede plek willen geven, moeten we onze gehele onderwijsboom tegen het licht houden, van de wortels naar de stam en via de takken naar de bladeren. Helaas durfden veel scholen niet op de pauzeknop te drukken. Ondanks de hectiek van het moment hadden ze zichzelf meer tijd moeten gunnen om met deze herziening aan de slag te gaan.

Samen ‘hereiken’: terug naar de wortels

Onderwijsinnovatie kan handen en voeten krijgen binnen een organisatie, van fundament tot uitvoering, door als onderwijsteam de onderwijsboom onder de loep te nemen.

Breed draagvlak is een belangrijke voorwaarde voor succes. Iedere leraar die bewust kiest om af te wijken van de afspraken, beïnvloedt het leren van de individuele leerling en de gezamenlijke weg die als onderwijsteam is ingeslagen. Kijk eerst naar de wortels. Welke positie heeft de school in de maatschappij? Is de school een plek om kennis te halen of een plek om samen kennis tot leven te brengen die leerlingen wellicht op andere plekken en manieren dan op school opdoen?

Is de school een plek waar iedereen zichzelf moet kunnen ontwikkelen ongeacht zijn of haar afkomst? Of speelt afkomst wel degelijk een rol en moet deze erkend worden?

Breng de wortels samen goed in beeld, zodat de onderwijsboom stevig kan groeien. Tijdens de coronacrisis had het antwoord op de vraag of de school er vooral is om kennis te verwerven of om elkaar te ontmoeten, al een groot verschil kunnen maken. Door te erkennen dat een school ook een belangrijk sociaal aspect heeft, had de school ervoor kunnen kiezen om hier tijd voor in te ruimen. Tijd om elkaar (digitaal) te ontmoeten en te praten over dingen die misschien niet zozeer over de vakinhoud gaan.

“Breng de wortels goed in beeld: wat is het doel van jullie onderwijs?”

De stam

Na het bepalen van de wortels is het goed om de stam te bekijken. Het onderwijsteam gaat aan de slag met de vraag: wat is leren? Deze vraag klinkt gek genoeg bijna nooit in de lerarenkamer of in een van de vele vergaderingen.

Vaak zijn het de dagdagelijkse organisatorische zaken die hier de boventoon voeren. Welke neurologische processen vinden er plaats wanneer onze leerlingen leren? En belangrijker nog: hoe spelen wij hier als onderwijsteam op in? Welke keuzes maken wij om de stof zo goed mogelijk te laten beklijven? Hoe haken we in op de voorkennis en het gevoel van autonomie en competentie?

Tijdens de coronacrisis was vooral aandacht nodig voor de vraag hoe je zorgt voor gevoel van eigenaarschap en sociale betrokkenheid wanneer er op afstand geleerd dient te worden.

De takken

Zodra de stam stevig staat, is het tijd voor de organisatie van het onderwijs: de takken van de onderwijsboom. Welke afspraken maakt het onderwijsteam over de leeromgeving, het rooster en de digitale systemen?

Hoe ga je om met toetsing? Hoe verzorg je feedback en kunnen de leerlingen ook elkaar van feedback voorzien? Maar ook de rol van de omgeving in het leren van de leerling verdient aandacht.

De bladeren

Na de takken komen de bladeren: de uitvoering van het onderwijs. Hier wordt traditiegetrouw het meeste aandacht aan besteed. Welke werkvormen kies je? Hoe laat je leerlingen samenwerken en welke pedagogische rol heb je als leraar?

Na de takken komen de bladeren: de uitvoering van het onderwijs. Alle keuzes hebben hun oorsprong in de wortels, stam en takken. Zo krijgt de uitvoering een stevige voedingsbodem. Gezonde bladeren zijn het gevolg.

Onderhoud

Schenk als onderwijsteam aandacht aan blijvende groei van de onderwijsboom door geregeld samen te bespreken hoe het gaat en op invloeden van buitenaf te anticiperen. De coronacrisis biedt vele scholen een kans om aan de slag te gaan met het herzien van het onderwijs. De urgentie bleek nog nooit zo groot. Er dreigt echter te veel aandacht uit te gaan naar de bladeren van de onderwijsboom, de uitvoering. Maak tijd en ruimte vrij om niet slechts één onderdeel, maar de hele onderwijsboom onder handen te nemen. Zodoende kun je samen bouwen aan onderwijs dat werkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van leerlingen. Nu, maar ook in de toekomst.

02. WINACTIE

Doe mee en maak kans op Hereik de school

Onderwijscommunity mag een exemplaar van het nieuwe boek van Frank van den Ende verloten: Hereik de school. Het boek beschrijft de fases die je moet doorlopen voor een gezonde ‘onderwijsboom’, een organisatie die groeit en bloeit!

Stuur een mail aan info@hereikdeschool.nl onder vermelding van ‘Winactie Onderwijscommunity’ en geef aan waarom jouw team met onderwijsvernieuwing aan de slag moet.

03. ZES MISVATTINGEN OVER INNOVATIE

- door Laura Kerckhoffs

Innovatie staat op de agenda van eindeloos veel heidagen en directievergaderingen, ook in het onderwijs. Maar vaak zonder concreet resultaat, schrijft Laura Kerckhoffs, mede-oprichter van de Creativity Club. Waar gaat het mis?

Uiteindelijk lukt het maar weinig organisaties om echt succesvol te innoveren. En dat heeft twee oorzaken: over innovatie wordt vaak verkeerd of te moeilijk gedacht. Tijd dus voor helderheid…

Wat is innovatie?

Het woord ‘innovatie’ is afgeleid van het Latijnse ‘innovare’, wat ‘vernieuwing’ betekent. Het kan betrekking hebben op alles om ons heen. Van een product of een dienst, tot een proces, nieuwe technologie of strategie.

Van innovatie bestaan veel verschillende definities. Vaak wordt het gezien als een proces waarin ideeën worden omgezet in acties die leiden tot vernieuwing.

Dat herformuleer ik graag als: innovatie is de kunst om nieuwe en zinvolle ideeën tot uitvoering te brengen. Waarbij ‘zinvol’ een belangrijke toevoeging is: vernieuwing waar niemand iets aan heeft, is geen innovatie. Dat lijkt helder. Toch gaat innovatie vaak mis, omdat er diverse misvattingen over bestaan.

DE MISVATTINGEN OP EEN RIJ

1. ‘Innovatie moet disruptief en sector-veranderend zijn’

Niets is minder waar. Innovatie is zeker niet altijd groots en meeslepend (radicale innovatie). Het zit ‘m ook in kleine verbeteringen (incrementele innovatie). Deze vernieuwingen zijn niet erg ingrijpend, maar zorgen wel voor verandering. Ze zetten niet het onderwijssysteem op z’n kop, maar verbeteren wel de situatie voor leerlingen of maken het werk van leraren makkelijker.

2. ‘Innovatie is gebaseerd op een heel nieuw idee’

Ook dit is niet waar. Innovatie ontstaat zelden uit een totaal nieuw idee. Vaak is het een oud idee in een nieuw jasje. Of een mix van bestaande ideeën die voor het eerst gecombineerd worden. Het gaat om verbindingen leggen tussen zaken die daarvoor nog niet met elkaar verbonden waren. Denk aan videobellen: dit was al een bekend begrip, maar werd nog niet gebruikt om op afstand les te geven aan leerlingen.

3. ‘Innovatie is hetzelfde als creativiteit’

Zonder een goed idee, geen innovatie. Creativiteit is een belangrijk ingrediënt, maar het is niet hetzelfde: een creatief idee is geen innovatie zolang het niet tot daadwerkelijke vernieuwing of verbetering leidt.

4. ‘Radicale innovatie is voor start-ups’

Radicale innovatie wordt vaak geassocieerd met start-ups, omdat deze barsten van de hippe, creatieve techies met een frisse blik op de wereld. Gechargeerd: zij zijn het kleine flexibele speedbootje en de rest is de vastgeroeste olietanker. Maar in de kern gaat innovatie om vaste denkpatronen loslaten en nieuwe verbindingen leggen. En dat kan iedereen en iedere organisatie, zolang het maar geactiveerd en gestimuleerd wordt.

5. ‘De directie moet innovaties bedenken’

Geef toe, directie en MT vinden vaak dat ideeën, strategieën en baanbrekende innovaties uit hun koker moeten komen. Jaarlijks worden daar heel wat heidagen en directie-overleggen aan besteed, al dan niet met externe adviseurs erbij. Doodzonde, want deze top-down-strategie heeft inmiddels wel bewezen weinig effectief te zijn. Draai het eens om en gebruik de kennis, ervaring en creativiteit van medewerkers om tot goede ideeën, strategieën en baanbrekende innovatie te komen: betrek ze actiever bij het oplossen van specifieke vraagstukken. Deze bottom-up-strategie heeft als voordeel dat er meer draagvlak is. Dat vergroot de kans op succes.

6. ‘Alleen externen kunnen innovatiekansen spotten’

Organisatieblindheid wordt regelmatig door directies aangedragen als reden om een extern adviesbureau in te schakelen voor innovatieve ideeën. Op zich niets mis mee om externen mee te laten denken en je te laten inspireren, maar onderschat je daarmee niet het creatief potentieel van je medewerkers? Uiteindelijk zijn zij degenen die de werkzaamheden, processen, leerlingen en de lesstof het beste kennen. Waarom maak je van hen geen innovatiespotters? De beste ideeën ontstaan vaak door creativiteit en innovatiekracht te stimuleren en faciliteren op de werkvloer (lees hier tips voor hoe je dat doet).

Succesvol innoveren

Om in te spelen op behoeften van morgen moet het onderwijs niet incidenteel maar continu innoveren. Dan is het slim om bovenstaande zes misvattingen over innovatie los te laten en te investeren in de creativiteit en innovatiekracht van medewerkers. Denk niet te ingewikkeld en zoek innovatie ook in kleine verbeteringen. Want, zoals hoogleraar Teresa M. Amabile treffend beschrijft: iedere dag een kleine verbetering kan ook leiden tot grootse verandering.

Lees meer artikelen van Laura Kerckhoffs op de website van Onderwijscommunity.

Deel deze pagina