01. DIGITAAL VAARDIGER DANKZIJ CORONA?

- interview met bijzonder hoogleraar Joke Voogt

De coronacrisis heeft een flinke boost gegeven aan de digitale vaardigheden van leraren. Of niet? ‘De winst zal beperkt zijn als leraren tijdens de pandemie enkel lessen online hebben gezet’, zegt Joke Voogt, bijzonder hoogleraar ICT en curriculum aan de Universiteit van Amsterdam.

Joke Voogt is heel benieuwd wat de coronacrisis zal betekenen voor de ict-bekwaamheid voor leraren. ‘Het wordt heel spannend. Gaan scholen straks op de oude voet verder of ze zullen de coronacrisis aangrijpen als een kans om digitale vaardigheden beter op de kaart te zetten?’ Al jaren waarschuwt Voogt scholen voor hoe zij omgaan met digitalisering van het onderwijs en de digitale geletterdheid van leerlingen en leraren.

‘Te vaak zijn deze onderwerpen de verantwoordelijkheid van een bevlogen medewerker die toevallig veel van programmeren of mediawijsheid weet.' Een overkoepelende visie ontbreekt volgens Voogt meestal. Ook wordt digitalisering van het onderwijs (lesgeven mét ict) soms nog gelijkgesteld met digitale geletterdheid (lesgeven in digitale vaardigheden, zoals informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking).

'De niveauverschillen tussen leraren in hun digitale en didactische vaardigheden lopen soms sterk uiteen, waardoor leerlingen niet altijd voldoende ondersteuning krijgen. Dat is jammer.’

Superprestatie

Aan het begin van de coronacrisis zat Voogt op het puntje van haar stoel. ‘Ik dacht: nu gaan we het beleven.’ En in het begin veranderde er ook veel. Vrijwel alle leraren moesten overstappen op online onderwijs. ‘Ik loop nog altijd over van bewondering over de inzet die scholen in die periode hebben getoond. Het bijzondere was dat leraren die normaal gesproken weinig met digitale technologie hadden, ineens ontdekten hoeveel voordeel ze ervan konden hebben.’

Leraren gebruikten videobellen niet alleen om hun leerlingen alsnog te ontmoeten, ook timmerden ze met uiteenlopende apps inspirerende en motiverende lessen in elkaar. ‘In die periode zijn er veel mooie initiatieven ontstaan en gedeeld. Sommige leraren merkten dat ze met enkele leerlingen ineens beter contact kregen. Ze zagen bijvoorbeeld dat kinderen die gewoonlijk stilletjes in de klas zaten, wel iets in de chat durfden te zeggen. Ook bleken sommige kinderen zich beter te kunnen concentreren. Een feest van ontdekkingen.’

Door de overschakeling naar online onderwijs werden leraren gedwongen om hun lessen opnieuw te evalueren: wat was eigenlijk het belangrijkste wat ze wilden overbrengen? Wat konden ze eventueel achterwege laten? ‘Uit eigen onderzoek onder academisch docenten bleek dat velen opnieuw naar hun lesmateriaal gingen kijken. Zij erkenden dat online lesgeven geen kopie kon zijn van wat zij face-to-face deden. Ze moesten van te voren bijvoorbeeld nadenken over hoe ze met vragen uit de groep moesten omgaan. Moesten ze direct op elke vraag in de chat reageren, of was het slimmer om daar een apart moment voor in te plannen?’

“Leraren die weinig met digitale technologie hadden, ontdekten ineens hoeveel voordeel ze ervan konden hebben”

Door deze gedwongen reflectie hebben volgens Voogt veel leraren meer grip gekregen op de lesstof en hun rol als leraar. ‘Het zelfvertrouwen is gegroeid.’ Maar al snel kwamen ook de beperkingen van online onderwijs aan het licht. Voogt: ‘Als je alles strakker plant, is er minder ruimte voor spontane interactie. Tel daarbij op dat je in een online meeting veel minder meekrijgt van lichaamstaal en je begrijpt het probleem. Wat gaat er in een kind om dat je vanaf het scherm blank aanstaart? En wat als een leerling het scherm ineens op zwart zet? Echt contact maken met leerlingen is tijdens het online onderwijs vaak lastig gebleken.’

Ook bleek dat het online onderwijs de kansenongelijkheid vergrootte: leerlingen met een ongunstige thuissituatie waren nu nóg slechter af. Door deze beperkingen zakte het aanvankelijke enthousiasme voor digitale technologie bij veel leraren weg. ‘Het oude sentiment – fysiek onderwijs is beter – kwam terug.’

Toekomst

Hoe gaat het nu verder? Zullen scholen erin slagen om hun negatieve ervaringen aan de kant te schuiven en de positieve ervaringen mee te nemen naar de toekomst?

Voogt: ‘Ik hoop het echt. Maar ik ben ook sceptisch: als leraren tijdens de pandemie bijvoorbeeld enkel lessen online hebben gezet en weinig hebben nagedacht over de didactische inzet van de online middelen, dan zal de winst op de lange termijn beperkt zijn. De oude verschillen tussen leraren zullen er dan nog steeds zijn.’ Winst is er mogelijk voor leraren die tijdens de pandemie gerichte ondersteuning van hun bestuur kregen. ‘Deze leraren zijn over het algemeen positiever over het gebruik van digitale leermiddelen dan leraren die deze ondersteuning niet kregen’, zegt Voogt. Hun besturen boden onder meer individuele ict-hulp en maakten een voorselectie van specifieke apps, zodat leraren niet zelf urenlang kwijt waren aan zoeken.

3 TIPS VOOR MEER GRIP

- Met de aanschaf van een online oefenprogramma of nieuwe tablets is een school er niet. De vraag is wat je met computers doet, niet of je ze hebt en hoeveel het er zijn. - Je hoeft geen techniekexpert te zijn om digitale tools in de les te gebruiken. Richt je op wat je met de tool wilt bereiken. - Onzeker over je vaardigheden? Spreek af met je collega's en probeer samen nieuwe toepassingen uit.

‘Het kan heel lastig zijn om te bepalen welke digitale leermiddelen geschikt zijn voor jouw les. Ze moeten niet alleen bewezen effectief zijn, maar ook goed aansluiten bij jouw lesdoelen. In het begin van de crisis hadden leraren helemaal geen tijd om zich hierin te verdiepen. Goed dus als besturen handreikingen deden.’

Vertrouwde uitdagingen

Veel uitdagingen van vóór de pandemie gelden nog steeds. Voogt: ‘Ik denk dat veel schoolorganisaties nog steeds geen overkoepelende visie op digitalisering van het onderwijs en ict-bekwaamheid hebben. Alles moest immers snel worden aangepast.'

Goed doordacht beleid formuleren zal volgens Voogt vaak niet zijn gebeurd. 'Ik zie nu hoe leraren snakken naar een terugkeer naar het normale. Leraren die al weinig hadden met ict, schuiven hun computer met grote tevredenheid opzij. Heel begrijpelijk, maar ook zonde.' Ze hoopt dat scholen door de coronacrisis beter doordrongen zijn geraakt van het belang van ict-bekwaamheid. 'Het zou goed zijn als ze zich gerichter inspannen om de digitale geletterdheid van leraren én leerlingen te vergroten.’

02. EINDCIJFER VOOR ONLINE ONDERWIJS

Docenten geven hun ervaring met online lesgeven tijdens de coronapandemie gemiddeld een 5,7 op een schaal van 1 tot 10, blijkt uit een meting van de Universiteit van Amsterdam onder eigen medewerkers in 2020.

De oordelen van docenten over online lesgeven zijn behoorlijk uiteenlopend, laat onderzoek van de Universiteit van Amsterdam zien. Sommige docenten zijn zeer positief, vooral over de mogelijkheden om te experimenteren met nieuwe didactische strategieën en over de impuls om hun cursus te herontwerpen. Andere docenten zijn kritisch over de mogelijkheden en zien online onderwijs als een ondergeschikte vervanger van fysiek onderwijs. Maar wat hun oordeel ook is, docenten hebben face-to-face-contact met studenten gemist. Binnen het online onderwijs leren ze hun studenten minder goed kennen dan normaal. Ook ervaren ze dat de mate van interactie relatief laag is in online onderwijs en dat het monitoren van de voortgang van studenten moeilijker is dan in fysiek onderwijs.

Pareja Roblin, N., Van Dorresteijn, C., Meij, M., Cornelissen, F., Voogt, J., & Volman, M. (2020). Online en blended onderwijs aan de UvA: ervaringen en didactische strategieën van docenten. Amsterdam: UvA.

03. MEDIAWIJS OP HET MBO

- interview met docent Ingeborg Kertész

‘Een valkuil is denken dat studenten alles van ict snappen, omdat ze ermee zijn opgegroeid’, zegt Ingeborg Kertész, docent van het Mediacollege Amsterdam en aangesloten bij het Practoraat Mediawijsheid in Amsterdam.

‘De samenleving verandert voortdurend door technologische vernieuwingen. Als je niet mee gaat in die veranderingen, blijf je gemakkelijk achter. Het is daarom belangrijk dat we allemaal, zowel studenten als docenten, onze ict-vaardigheden blijven ontwikkelen. Vanuit het Practoraat Mediawijsheid proberen we mbo-docenten daarbij te helpen. In deze samenwerking van Amsterdamse mbo-scholen verzamelen en delen docenten sinds enkele jaren kennis over praktijkvragen. Die vragen lopen uiteen: sommige docenten kijken bijvoorbeeld hoe zij studenten kunnen helpen om sociale media goed in te zetten bij het opstarten van een eigen bedrijf. Andere willen hun studenten kritisch leren selecteren tussen online bronnen. Ook zijn er veel vragen rondom de eigen digitale didactiek.

Zelf ben ik met een onderzoek begonnen over AI in het taalonderwijs. Soms vinden mensen AI een beetje eng klinken, maar het kan ons veel opleveren. Denk aan gepersonaliseerde taallessen, waarbij een taalverwervingsprogramma de moeilijkheidsgraad afstemt op het niveau van de individuele student. Zo’n programma kan de docent niet alleen veel tijd schelen, maar maakt de lessen ook motiverender voor de studenten. Ze hoeven bijvoorbeeld niet te wachten op studenten die trager zijn, maar kunnen zelf hun tempo bepalen. Docenten houden tijd over voor complexere vaardigheden, zoals gesprekken voeren en argumenteren.

In de samenleving, maar ook onder docenten, leeft soms het idee dat jongeren geen moeite hebben met ict-toepassingen. Ze zijn er immers mee opgegroeid. Ze fabriceren en uploaden bij wijze van spreken even een filmpje terwijl ze in de rij van de kassa staan. Dan zal de rest ze ook wel makkelijk afgaan, denken we. Niet dus. Ook jongeren hebben hulp nodig om goed met internet en online tools om te gaan. Zo staan ze er bijvoorbeeld niet altijd bij stil dat mogelijke werkgevers hun posts kunnen zien als ze die publiekelijk delen op sociale media. Of ze hebben wel een LinkedIn-account, maar weten eigenlijk niet hoe je deze kunt gebruiken om jezelf te profileren of om in contact te komen met een werkgever. Maar ook kunnen ze het lastig vinden om op internet gemeentelijke regelingen of andere overheidsdocumenten te vinden. Daar hebben ze echt hulp bij nodig, zoals ook gebleken is uit onderzoek van de HAN.

Belangrijk is dat wij als docenten het goede voorbeeld geven. Wij moeten niet alleen uitleggen hoe iets werkt, maar dit ook zelf laten zien. Het heeft bijvoorbeeld weinig zin als je het ene lesuur hamert op kritisch bronnengebruik, maar het volgende lesuur twijfelachtige websites aanhaalt. We moeten dus ook steeds kijken of we zelf wel voldoende toegerust zijn. Voor docenten zou de ontwikkeling van hun ict-bekwaamheid een tweede natuur moeten zijn: het moet zo ingebakken zijn dat je nauwelijks meer nadenkt over welke tool of software je gebruikt, maar dat je direct de vraag stelt hoe je zorgt dat het zo veel mogelijk toegevoegde waarde heeft in de les.’

TUTORIALS EN LESBRIEVEN

Het Practoraat Mediawijsheid in Amsterdam is een leergemeenschap bestaande uit mbo-docenten die samen aan ict-vragen in het onderwijs werken. Op basis van de uitkomsten ontwikkelt de leergemeenschap onder meer tutorials over praktische toepassingen voor in de klas en online lesbrieven over uiteenlopende ict-onderwerpen, zoals privacy, dataverzameling en desinformatie. Deze zijn (gratis) beschikbaar op: www.mbomediawijsheid.nl.

04. WEBINAR

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

AI op school

Artificiële intelligentie (AI) kan supernuttig zijn in het onderwijs, stelt Inge Molenaar, universitair hoofddocent bij het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit. Zo kun je dankzij AI snel data analyseren, gedrag classificeren en kennis analyseren. Molenaar richt zich in haar werk onder meer op hybride systemen, waarbij leraren en leerlingen kunstmatige intelligentie gebruiken om te leren. Heeft AI op school de toekomst?

Deel deze pagina