01. DE TECHNOLOGIE DE BAAS

- interview met Rens van der Vorst

Waarom willen we altijd winnen van ons navigatiesysteem? Is veel kunnen kiezen hetzelfde als vrijheid? Technofilosoof en ict-docent Rens van der Vorst diept deze vragen uit in zijn nieuwe boek. ‘Je navigatiesysteem zegt dat je om 17:32 thuis zult zijn, maar dat zullen we nog wel eens zien, denken we.’

Technologische innovatie is zoveel meer dan een nieuwe app of verbeterde tool. Maar overtuig daar de huidige generatie studenten maar eens van. Opgegroeid in een digitale wereld, waarin een broodje afrekenen met je mobiel vanzelfsprekend is en een opwindhorloge tot verbijsterde blikken leidt.

Toch heeft Rens van der Vorst, ict-docent bij Fontys Hogeschool in Eindhoven en zelfverklaard ‘technofilosoof’, het tot zijn missie gemaakt om studenten en collega’s bewust te maken van de enorme impact van techniek op ons leven. ‘Mijn generatie herinnert zich nog de tijd dat internet alleen nog een futuristisch idee was. Juist voor studenten van nu is het lastig om zich voor te stellen hoe de wereld door digitale techniek veranderd is.’

In zijn boeken en lessen, overladen met praktijkvoorbeelden en lichtvoetige anekdotes, beschrijft hij de interactie tussen mens en technologie. Zijn nieuwe boek verscheen in 2020: Waarom je altijd wilt winnen van je navigatiesysteem.

'Ik wil het niet te ingewikkeld maken', aldus Rens van der Vorst

Willen we altijd winnen van ons navigatiesysteem?

‘Misschien niet iedereen, maar het gevoel dat je in competitie bent met de techniek is voor veel mensen herkenbaar. In mijn boek beschrijf ik tientallen situaties die inzicht geven in onze relatie met technologie. Het navigatiesysteem van je auto zegt dat je om 17:32 thuis zult zijn, maar dat zullen we nog wel eens zien, denken we. Daar kunnen we vast 17:30 van maken.

Waar cijfers zijn, ontstaat al snel competitie. Een spelletje. Kijk naar sociale media. Daar worden écht scores bijgehouden. Volgers, likes, retweets, reacties, views en ga zo maar door. Probeer daar maar eens weerstand aan te bieden als je al in competitie gaat met je navigatiesysteem.

Een ander hoofdstuk gaat over de “vrijheid” om een energiecontract af te sluiten. Al die mogelijkheden en keuzes. Een besluit nemen kost veel tijd en moeite. Maar je moet wel, want straks vertelt de buurman op de straatborrel weer over zijn geweldige contract.

Hoe geweldig zijn al die keuzemogelijkheden? De oude situatie waarin iedereen dezelfde energieleverancier had, bood eigenlijk meer vrijheid.’

Hoe krijg je een gezonde relatie met technologie?

‘Daar heb ik geen antwoord op. Ik zet vooral vraagtekens bij hoe we vandaag de dag met technologie omgaan. Zo hoop ik mensen te inspireren om na te denken over hun eigen situatie. Nu zijn het vooral academici en doemdenkers die zich erover uitspreken, terwijl dit onderwerp iedereen aangaat.

Ik wil het niet te ingewikkeld maken. Mijn boek is voor op het nachtkastje of naast de wc. Je leest af en toe een stukje en dan hoop ik dat je het net zo grappig vindt als ik.’

“Hoe kun je met technologie de wereld van vandaag beter maken en wat betekent “beter” in dat verband?”

Je noemt jezelf technofilosoof. Waar komt die term vandaan?

‘Zelf bedacht. “Techniekfilosofie” bestond al, maar “technofilosofie” nog niet. Ik vond het wel leuk klinken. En de url was nog vrij. Vervolgens ben ik mezelf “technofilosoof” gaan noemen. Bijzonder is dat mensen daar vrij snel in meegingen. Fake it until you make it. En ziehier, ik ben er. Want inmiddels beschouw ik mezelf wel echt een expert in technofilosofie. Ik heb er nu jaren over gepraat, geschreven en gelezen.’

Toen ik de term voor het eerst zag, moet ik denken aan ‘techne’, het idee van Aristoteles. Is de Griekse denker een inspiratiebron voor je?

‘Nee, absoluut niet. Het is niet dat ik de man niet ken. Maar wat ik doe, heeft niets met klassieke filosofie te maken. Mijn doel is om mensen te bereiken die gewoonlijk niet of weinig over techniek nadenken. Hoe zorg je dat je met techniek de wereld van vandaag beter kunt maken en wat betekent “beter” in dat verband? Dat zijn voor mij centrale vragen.’

Je bent praktisch ingesteld.

‘Het leven is niet bedoeld om er de hele dag over na te denken. Ik richt me op die dingen die ik kan pakken, die ik kan voelen. Ik moet er niet aan denken dat ik al mijn tijd in een uitgebreid onderzoek zou moeten steken. Niet dat zoiets onbelangrijk is. Maar het is niets voor mij.’

Is er op hogescholen voldoende aandacht voor de rol van digitale technologie?

‘De urgentie wordt niet altijd gevoeld, terwijl alle studenten later in hun werk te maken krijgen met technologie. Of ze nu journalistiek studeren of een medische opleiding volgen. Het is belangrijk dat ze de mogelijkheden en beperkingen van technologie goed begrijpen. Techniek gaat in de basis over het oplossen van problemen en liefst zo efficiënt mogelijk. Maar sommige problemen hoeven we niet op te lossen, of in ieder geval niet meteen en ook niet per se zo efficiënt mogelijk. We willen ze vooral eerst beter begrijpen, waarom ze ontstaan en wat de context is. Maar dat laatste zien studenten niet altijd.’

Hoe maak je studenten bewuster van de betekenis van technologie?

‘Soms laat ik ze in een pressure cooker-project zoeken naar een technologische oplossing voor een maatschappelijk vraagstuk, zoals obesitas. Dan gaan ze braaf aan de slag, verzamelen onderzoek, allemaal “design”, heel betrokken. En uiteindelijk komen ze dan bijna altijd met een app. Dat is hun oplossing. Een app. Je eten fotograferen, beweging bijhouden en calorieën tellen. Dat zou de oplossing zijn voor obesitas. Maar is het wel een oplossing? Obesitas gaat immers over meer dan overgewicht. Het gaat ook over hoe wij als samenleving tegen obesitas aankijken, vooroordelen waar mensen mee te maken krijgen, overtuigingen over wat gezond is. Zo’n app gaat dat niet oplossen. Sterker nog, een app kan het probleem vergroten: mensen met obesitas kunnen het gevoel krijgen dat ze voortdurend aan het falen zijn.

Zulke aspecten moet je meewegen in het ontwerpen van nieuwe technologie. Het is niet vrijblijvend. Het woord “ethiek” zal ik niet snel in het bijzijn van studenten in de mond nemen, maar dat is wel waar het hier over gaat. Studenten, maar ook collega’s, denken soms dat ze heel innovatief bezig zijn, omdat ze een nieuw app of tool gebruiken. Maar echte innovatie gaat veel dieper.’

Meer weten over technofilosofie? Rens van der Vorst spreekt op 24 mei 2022 tijdens het Onderwijs Innovatie Festival.

02. WINNEN VAN JE NAVIGATIESYSTEEM

- twee fragmenten

Speciaal voor Onderwijscommunity selecteerde Rens van der Vorst twee fragmenten uit zijn boek Waarom je altijd wilt winnen van je navigatiesysteem.

Wordt ons leven beter van Buienradar?

Ik gebruik pas sinds een jaar Buienradar, maar om nu te zeggen dat mijn leven er beter van geworden is, nee. Oké, ik ben wat minder vaak nat geworden, maar ik ben ook al een paar keer niet op een terras gaan zitten, terwijl dat best had gekund.

Ik heb sterk de indruk dat er vaker buien worden voorspeld dan dat ze vallen. Volgens mij kost Buienradar op die manier de middenstand een hoop geld.

Er zitten meer nadelen aan het gebruik van buienradar. Zo heb ik het afgelopen jaar niet één keer in een kroeg hoeven schuilen voor een bui die ik niet zag aankomen en daar vervolgens de middag van mijn leven gehad. Daarvoor gebeurde dat ook niet, maar toch. Toen had het gekund.

En ik keek vaker naar mijn scherm dan naar de lucht. Ook niet goed.

Buienradar compliceert soms dingen. Dit jaar werd een etappe van de avondvierdaagse afgelast. Dreigende rode Buienradarvlekken dreven digitaal richting Breda. Maar het bleef droog. Toch begreep ik de organisatie wel. Er was informatie en dan moet je iets doen. Anders worden er later vragen gesteld.

Goed besluit. Slecht resultaat.

Deze ‘Buienradarisering’ zie je overal. We krijgen nieuwe inzichten en of ze nu kloppen of niet, we moeten er wel wat mee. Laat ik een voorbeeld nemen uit de onderwijswereld: learning analytics. Hogescholen bijvoorbeeld verzamelen steeds meer data over studenten en misschien kunnen ze straks steeds beter voorspellen of een student gaat uitvallen, maar dan wordt het pas echt ingewikkeld.

Zijn scholen (moreel) verplicht actie te ondernemen? Als ze het niet doen, zijn ze dan aansprakelijk? En wat moeten ze precies doen? Gaan de studenten harder werken als ze ingrijpen of duwen ze hen dan juist over de rand?

Kortom, vaak is níét weten ook heel fijn. Dan maar wat vaker nat!

Willen wij de nazi’s van het onderwijs worden?

‘We moeten een Tinder voor kennisdeling voor docenten maken,’ opperde iemand tijdens een innovatieworkshop.

Je hoort het wel vaker. Publieke instellingen die koketteren met grote Amerikaanse platformen. We moeten de Uber van de zorg worden! De Amazon van de uitkeringen! De AirBnB van de woningcorporaties!

Ik zou het niet doen.

Waarom? Nou, vooral omdat veel van die platformen helemaal geen leuke bedrijven zijn. Het zijn verre van neutrale marktmeesters. Integendeel. Ze hebben hun wereldbeeld vertaald in code.

Is Tinder bijvoorbeeld een datingplatform of een plaats om andere mensen af te wijzen? Waarom leidt maar een minimaal percentage van de swipes tot matches? Waarom blijven gebruikers toch terugkomen? Misschien omdat het lekker is om mensen af te wijzen. Misschien omdat iedereen soms graag even een castingdirecteur wil zijn.

AirBnB is verre van inclusief. Probeer maar eens als donkere man een appartement te boeken. Vandaar dat er ook een NoirBnB is. Uber beschouwt zijn chauffeurs niet als personeel. Op Kickstarter vloeit het geld niet naar de beste ideeën, maar naar witte, blanke mannen. Op GoFundMe winnen niet de beste goede doelen, maar de beste goededoelenaanvragers.

Veel platformen zijn niet ingericht op delen, maar op beoordelen.

En dan overtreden ze ook nog eens continu wetten en regels, verzamelen ze obsessief data maar verstrekken ze geen informatie, want privacy (o, ironie), heerst er vaak een machocultuur, verstoren ze maatschappelijke structuren, veranderen ze binnensteden in pretparken vol Nutellawinkels en vermorzelen ze markten terwijl ze zelf enorme verliezen draaien. Waardecreatie noemen ze dat.

Natuurlijk, ik snap best dat de platformvergelijkingen gebaseerd zijn op die geweldige apps, de gebruiksvriendelijkheid en servicegerichtheid. Maar het één staat niet los van het ander.

De Duitsers waren tijdens de Tweede Wereldoorlog ook heel efficiënt en georganiseerd. Toch hoor je nooit iemand zeggen dat ze de nazi’s van de onderwijslogistiek willen worden! Gelukkig maar.

Rens van der Vorst, Waarom je altijd wilt winnen van je navigatiesysteem. Amsterdam: Business Contact (2020).

Deel deze pagina